Donderdag 13 januari 2011.

Zien is confronterender dan weten.

Afgelopen zaterdag zijn we bij de Griek gaan eten. Buiten onze woonplaats, een kwartiertje rijden hier vandaan. En als we dan toch die kant opgingen, dan konden we gelijk hier en daar kijken naar iets, wat thuis eigenlijk vervangen moest worden. Probleem was een beetje, dat de winkels allemaal wel om vijf uur zouden sluiten, en dan zaten we zo vroeg in dat restaurant. Maar ja, het zou ook wel fijn zijn om weer bijtijds thuis te zijn, en nog een poosje op de bank te hangen, want we waren, zoals meestal, moe.

Zo gezegd, zo gedaan. Diverse winkels bezocht, totdat, inderdaad, alles ging sluiten. Maar een helder idee was, dat V&D misschien een half uur langer open was, net als C&A dat bijvoorbeeld is. En ja hoor,

we konden nog zo naar binnen bij V&D. Gelijk door naar LaPlace, dat ook nog open was, en waar we nog wel even een half uurtje met een drankje konden zitten. Bij de koffie-afdeling waren zoals gewoonlijk, nog een aantal heerlijke taarten, in punten gesneden, uitgestald; van een paar taarten was slechts één punt eruit, en van enkele taarten waren nog helemaal geen punten verkocht. Die waren nog “heel”. Appeltaarten, notentaarten, en enkele geweldige slagroomtaarten. En nog zo wat. Ik moest me, ook zoals gewoonlijk, geweld aandoen om niet een stukje van dat gebak bij m’n koffie te nemen: rustig aandoen na al die feestdagen, scheelt geld, en we gingen immers zo eten.

Er zaten nog een paar mensen, maar het personeel was toch al hier en daar aan het opruimen, en in orde maken voor de volgende dag. We zaten tegenover elkaar over van alles en nog wat te praten en ik kon over Arts’ schouder kijken hoe het personeel bezig was met schoonmaken en opruimen. Een jonge vrouw was bezig bij de tafel waarop de suiker, melk, lepeltjes e.d. stonden, vlak bij ons. Ze deed een beetje onhandig, maar even later zag ik dat ze gips om haar rechter onderarm had. Verderop bij de koffie, waar ook de kassa was, werd door een paar personeelsleden heen en weer gelopen, bladen weggeruimd en er stond een grote groene container opengeklapt.

En ineens zag ik tot mijn grote schrik en ontzetting – ik stopte midden in een zin en sloeg mijn hand werkelijk voor mijn mond – hoe een van die meisjes bij de koffie in haar ene hand een blad met zo’n hele appeltaart in haar hand had, en schuin boven de container hield en een mes of zoiets, in haar andere hand had. In een fractie van een seconde moest ik zien wat ik niet voor mogelijk had gehouden: de hele appeltaart werd met het mes in de al bijna volle container geschoven! Ook een volgende taart moest er zo aan geloven. Hij werd er, heus, letterlijk in geprakt. Uit de verte zag ik ook iets wits bovenaan in die container schemeren, en die slagroomtaart was ook al weg.

Geschokt vertelde ik aan Art wat ik zag. Even later liep ik er heen om de dingen van dichtbij te kunnen zien, en ja hoor, dat witte was die slagroomtaart. Schandalig, schandalig!
Je kunt wel raden waar we het verder over hadden. Over deze dingen, die we wel weten, maar nooit zien, en eigenlijk ook niet willen weten.
Van de supermarkt had ik het al eens gehoord: van de vers-artikelen wordt aan het eind van de dag wat niet verkocht is, ingenomen en weggegooid! Uit gelande vliegtuigen worden hele ladingen maaltijden de container in- en weggegooid en het vliegtuig wordt opnieuw bevoorraad. En wat wordt er uit de horeca allemaal wel niet weggegooid. De schilleboer is verdwenen en de afvalcontainer waar zwervers nog hele maaltijden uit kunnen halen, mogen ook al lang niet meer. Europese regelgeving, voedselketen.

We spraken over betere bestemmingen voor die taarten aan het eind van een dag. Of zou dat alleen op de zaterdag gebeuren? Zouden ze op een doordeweekse dag de volgende dag wel weer verkocht worden? Hoe dan ook: er zijn toch waarachtig genoeg mensen, die erg blij zouden zijn met dergelijk “schone” overgebleven etenswaren en gebak. Ja, de logistiek, en de bijbehorende extra kosten, ja. Maar het beeld van een paar heerlijke overgebleven taarten die letterlijk in een al volle afvalcontainer geprakt werden, zal niet gauw van mijn netvlies verdwijnen. Sommige situaties leveren echt het gevoel op, dat je er alleen maar een beetje verlamd en machteloos aan de kant naar kunt staan kijken.

Toen we weggingen ben ik er weer langs gelopen en heb alleen maar tegen een meisje gezegd: “Kunnen jullie niet allemaal gewoon een taart mee naar huis nemen?”. Ze keek me aan en begreep het wel – dat nog wel, gelukkig – en zei een beetje berustend: “Ja, het is wel erg, hè?”.  

Bij mij blijft de vraag hangen wat ik er wél aan kan doen. Waar of bij wie kan ik aankloppen om actie te ondernemen in deze situaties. Want het is waarschijnlijk veel groter dan ik weet. Wie heeft voldoende invloed om deze kat de bel aan te binden. Een politieke partij?

Engelien