vrijdag 13 juli 2012
Op zaterdag 19 mei schreef ik in een blog , dat Bjoet “vandaag” gecremeerd was. Mijn 16-jarige poes Bjoet (Beauty) moesten we op dinsdag 15 mei laten inslapen.  Elke eigenaar van een dier, dat hij of zij heeft moeten laten inslapen, weet wel  wat voor hevige emoties dat bij je kan oproepen.  Verdriet,  huilbuien, verwarring, de draad kwijt van je gewone dagelijkse dingen, enz.  Ze is 16 jaar mijn poes geweest en wij hebben behoorlijk wat afgepraat met elkaar.  Toch moest ik mij voorbereiden op een kort optreden met solo zingen op zondag 9 juni.  Ik heb wel eens beter gezongen, maar  het is nog redelijk gelukt.  Ook de vlaggetjesdag, de dag ervoor, met onze radio (Zorgradio Haaglanden), waar ik ook altijd een behoorlijke bijdrage aan lever,  vond ik leuk en bleek een goede afleiding te zijn.

 

Evengoed had ik onderhand ook zorgen over Siep,  mijn andere 15-jarige poes, die duidelijk nogal eens aan het “roepen” was. Ze miste een maatje. En wij gingen vrijdag 13 juni voor drie weken op vakantie. Dan moest ze ons, en vooral mij, ook nog missen. Arthurs ouders kwamen weer hier in huis oppassen , maar het moest toch allemaal wel behoorlijk verwarrend voor haar zijn. (Een volgende blog gaat over rouwverwerking bij katten).
Maar Arthur en ik waren dringend aan vakantie toe en voor zorg en aandacht voor Siep had ik zo goed mogelijk gezorgd.  Zo gingen wij dus weer naar Friesland, Arthur met zijn boot achter de auto en ik met mijn klapcaravan achter mijn auto. (Als je dáár meer over wilt weten kun je mijn vakantie verhaaltjes op onze website lezen).
En ja, in de eerste week van die vakantie, geloof het of niet,  kwam Bjoet op bezoek. Dat wil dus zeggen: zij liet zich aan mij zien.  Het was een bijzondere, maar toch ook een vertrouwde en grappige ervaring.  Ik ga je vertellen hoe dat ging, maar daarvoor moet je even iets weten over hoe mijn caravan er van binnen uitziet.

Als-ie uitgeklapt/opgebouwd staat zit er aan de ene kant het tafeltje met twee bankjes (om te bouwen tot tweepersoons bed), aan de andere kant een bank (eenpersoons bed) over de hele lengte tegen de andere zijwand, in het midden de deur, ernaast een “kleerkast” (uitklapbaar plankje  met railtje en gordijn er omheen), en  tegenover deur en kleerkast een keukenblokje met gootsteentje, kraan en tweepits “gasstel”. Je kent dat wel.  Ik heb deze caravan al heel lang, het is wel een bijzonder ding omdat alles immers op- en inklapbaar moet zijn. Hij oogst altijd wel bekijks. Maar daar gaat het nu niet om.

Voor de deur ligt een klein inloopmatje en voor het keukenblok ligt vrijwel altijd een badhanddoek-achtig kleedje tegen waterknoeierij e.d.
's Avonds bouwen Arthur en ik tafeltje en  de twee bankjes altijd om tot bed en daar slapen wij.
’s Morgens wordt alles weer “zitkamer”.
Het was in de week na het eerste en regenachtige weekend, dat  Arthur en ik  op een ochtend  (het was op de dinsdag of woensdag), allebei heel vroeg wakker waren. Het was nog schemerig, van het soort van een betrokken lucht buiten. Geen zon te verwachten.  Vermoedelijk ergens tussen vijf en zes uur.  Na verloop van  tijd sliepen we weer in. Dat wil zeggen: ik hoorde, dat Arthur weer sliep en zelf lag ik op de grens van waken en slapen, de fase waarin je niet weet of beelden die je dan ziet, dromen zijn, echt gebeuren of je eigen fantasie zijn.  En zoals zovaak in die hele periode met Bjoet lag ik gewoon even aan haar te denken. Ik “riep” haar niet, ik was niet verdrietig op dat moment, niet iets van “ik mis je zo”, gewoon een herinnering met beelden. En ineens zat ze daar op de bank, gewoon op haar gemak naar mij/ons  te kijken. Ik zei  - in gedachten maar toch gewoon -  verrast tegen haar : “Hé Bjoet, ben jij daar?  Hier ben je nog nooit geweest, hé?  Hier waren wij nou altijd, al die keren dat we op vakantie waren”.  En terwijl ik dat zei sprong ze van de bank af, ging even op het handdoek-kleedje liggen, stond weer op en ging op het inloopmatje bij de deur liggen, stond weer op en sprong op het voeteneind van ons bed. Alles  ging heel snel, maar toch ook gewoon zoals ze dat deed, en ik zei er achteraan, toen ze op ons bed sprong: “Ja, dat kun je nu wel doen, en dat zou deze keer ook wel mogen, maar als Arthur en ik ons in onze slaap omdraaien, gooien we jou er misschien per ongeluk af”.  Nog voor ik klaar was met die zin sprong ze weer van het voeteneind af en ging weer op de bank zitten.  Gewoon weer zoals ze daar eerst zat, te kijken naar ons.  Daarna moet ik in slaap gevallen zijn, want verder herinner ik me niets.
Toen we wakker werden was alles gewoon.  Terwijl de op ons gemak de dingen deden die we altijd in die situatie doen (douchen, caravan opruimen, ontbijtje met thee en een gekookt eitje maken, enz), merkte ik, dat de zwaarte van alles met en rondom Bjoet (ze was immers ook nog ruim vijf weken nagenoeg blind geweest en had met het inslapen een venijnige prik gehad, mijn huilbuien, enz), er af was. Ik was en ben er van overtuigd, dat ze heeft willen laten weten, dat het goed met haar was en  is, en daar was ik blij mee.  En dat “weten” , die geruststelling, is gebleven.
Thuis gekomen heb ik op internet gegoogeld op “poes mist andere poes”, en daar blijkt heel veel  informatie over beschikbaar te zijn. Ervaringen van anderen, maar ook informatie uit onderzoek.  Zoals ik in het begin ergens schreef: daar schrijf ik een aparte blog over. Maar ik kon en kan nu mijn aandacht meer op Siep richten, die dat simpelweg nodig heeft, en het doet haar goed, volgens mij.  Om Siep maak ik mij toch ook wel steeds wat bezorgd,  want behalve dat ze Bjoet mist, niet snapt die die er niet meer is, is ze toch ook al 15 jaar, en  is zij half maart vrijwel zeker door iemand in de buurt flink geschopt als gevolg waarvan ze een tia heeft gekregen.  Dat is wel allemaal goed gekomen, maar  ze slaapt/ligt heel veel  en vraagt veel aandacht, en als ze de trap op of af gelopen heeft gaat ze weer gelijk liggen en ligt dan een tijd behoorlijk te hijgen.  We blijven daar alert op, en al mijn geklets is nu tegen Siep gericht.  Van Bjoet heb ik hier een paar uitgeprinte foto’s hangen.

Engelien