Bliep en Piep
Verhaaltjes voor Iris

BLIEB EN PIEP 3

11 maart 2016 - Iris 6 ½ jr

 “Opeten??”, zei Blieb, verbaasd en een beetje geschrokken, “Kan jij dan opgegeten worden, en wie wil dat dan doen?”, vroeg Blieb, die daar niets van begreep.

(18 april 2016)

 Toen zei Piep: “Ik heb wel eens gezien dat een ander muisje gepakt werd door iets heel groots dat in de lucht vloog met veel gesuis. Volgens mij was dat een vogel, die lawaai maakte met zijn vleugels. Hij pakte dat andere muisje met zijn poten en dat kwam nooit meer terug; ik denk dus dat dat muisje opgegeten is”. “Tjé”, zei Blieb, “Dat is ook wat! Wel een beetje zielig hoor. Maar dat grote, waar jij voor wegliep toen je dat kaaskruimeltje wilde pakken, hoorde je toen ook geluiden?” “Ja”, zei Piep. “Het klonk als: kssst, kssst, weg, weg! En ik zag iets groots dat mij wilde schoppen”. “O”, zei Blieb, “Dan denk ik dat ik het weet. Jij hebt een mens gehoord en gezien, en een voet van die mens wilde jou schoppen. Maar die andere geluiden, dat heten stemmen. En die horen bij mensen. Dat weet ik, omdat alleen een mens mij kan pakken en dan gaan ze tegen mij aan praten. En ze horen door mij heen ook een stem terug. Daar ben ik voor, een telefoon die je kan oppakken en in je zak kan stoppen; een mobiele telefoon heet dat”.

“Vind je dat niet een beetje saai?”vroeg Piep, “Steeds maar door een mens gepakt te worden en dan gaat-ie tegen jou aan praten, en daarna wordt je weer in het donker ergens in gestopt. Dan zie je nooit wat anders”. “Ja”, zei Blieb, “Dat is wel een beetje zo. Maar ja, dat is waar een telefoon voor is. En af en toe lig ik wel ergens anders, op een ander tafeltje of een hoge kast, en dan zijn ze me soms kwijt. Maar ik kan dus wel, als ik buiten lig, veel vogels horen, en veel mensen die praten. En soms ook muziek. “Muziek?”vroeg Piep, “Wat is dat nu weer?” “Dat is moeilijk uit te leggen”, zei Blieb, “Je moet er maar eens op letten als je in je holletje zit, bij mensen, dan komen er geluiden uit een kastje. Dat kunnen stemmen zijn, maar ook mooie klanken. Kling klang kling klang, tingeling, zoiets. Soms niet zo mooi, soms erg hard, soms zacht. En sommige mensen hebben een grote zwarte of bruine kast met witte en zwarte toetsen, en dat gaat er iemand voor zitten en met z’n handen drukt hij die toetsen in. En dan komt daar ook zo’n soort geluid uit. Een piano noemen ze dat”. 

Piep was onder de indruk dat Blieb dat allemaal wist. Maar toen zei Blieb: `Piep, je moet gauw weg gaan, want ik begin met een ander geluid te bliepen; dan is mijn accu leeg; dat horen de mensen, en dan wordt ik zo opgehaald voor de accu. Maar ze moeten jou niet zien, want de meeste mensen houden niet zo van muisjes. Ga je gauw verstoppen!” “Oké”, zei Piep, “Bedankt voor je waarschuwing. Leuk met je kennis gemaakt te hebben. Tot de volgende keer!” “Bliebblieb, dagdag”, zei Blieb, want zijn accu was leeg. Hij werd in de oplader gezet en Piep was op tijd  hard weg gehold naar zijn holletje.

Zo hadden ze elkaar bijzondere dingen verteld, en wat geleerd over geluiden en mensen.

Data tussen de delen zijn die waarop Iris en ik er samen verder aan gewerkt hebben. Iris steeds ideeën over de inhoud, over het vervolg op een zin, soms zelf typen; maar zelf typen ging natuurlijk niet zo vlug. Door mij thuis afgemaakt en later weer aan Iris met vriendinnetje voorgelezen: ze luisterden helemaal naar en vonden het leuk. 

(opgeslagen in blog concepten met datum 30 augustus 2010; maar het is later geschreven dan Ploeps en Plonsje uit 2014; jaartal 2010 dus tikfout, moet  2015 zijn)

(“Pratend fruit”: onderwerp van Iris; samen aan begonnen op de computer bij Iris thuis, niet afgemaakt).