Les Etoille
Vakantie

Blaimont

België, vakantieweekje in Blaimont, dicht bij Dinant.

Ja, acht dagen uit en thuis in een huisje op het park “Landal Les Etoiles” van maandag 19 september tot en met vertrek op maandag 26 september 2016. We keken er allebei erg naar uit, Arthur en ik. En we werden niet teleurgesteld: een mooi en leuk huisje (chalet is een beter woord voor wat betreft de buitenkant) in een heuvelachtig park en verder in een prachtige omgeving; twintig minuten onder Dinant, Wallonië, in de Belgische Ardennen.

Heuvelachtig. In de hele omgeving kun je spreken van bergen; misschien niet het type Mount Everest, maar toch. Het park lijkt te liggen in een groot dal met min of meer in de verte rondom toch wel bergen, maar is ook zelf op heuvels gebouwd. Alle chalets, hout, bruin gebeitst, met warande en een toegangstrapje, staan aan hun voorkant op stevige metalen palen, zodat ze horizontaal staan.

 De receptie zit, gezien vanuit het chalet, “boven”, en het erg goede en gezellige restaurant ligt daarnaast. Het dorpskerkje was daar weer vlakbij, ook “boven”. Boven is het dorpje, dat leek dus de begane grond. Maar ja, wat begane grond is, is daar in de wijde omgeving enigszins betrekkelijk. Na melding bij de receptie, sleutel en info ontvangen e.d. weer in de auto stappen, s-bocht naar beneden en dan pas ben je bij de slagboom. Vanuit het terrasje van het restaurant keek je daar op neer. Daarna verder rijden, nog één of twee s-bochten, en toen arriveerden we vlakbij ons chalet; dwz parkeren op het weggetje van aankomst op de grindstrook ernaast. Dan toch nog een heuveltje af lopen, klein paadje maar, en weer “omhoog”: een houten trappetje met vier treden op, waarna je op de waranda van het chalet stond en waar de deur naar binnen was. Op die waranda werden elke morgen verse broodjes gedeponeerd – als je die de vorige dag maar besteld had. Daar maakten we dankbaar gebruik van, want eigenlijk waren er daar, behalve zo’n kleine dorps-super geen winkels. Ook bij het restaurant zat een winkeltje, wat naderhand wat meer gevuld was dan toen we aankwamen.

Bij het woord “chalet”, met een waranda met overkapping kun je je wel wat voorstellen; kleiner dan die van Zwitserse plaatjes, alleen de bloembakken ontbraken – bij wijze van spreken. Binnen erg leuk ingedeeld, alles wat je met z’n tweeën nodig hebt was er, goed onderhouden en schoon, alleen in het geheel wat klein. Wij hadden een 4-persoons bungalow, en daarmee voldoende ruimte. Maar als je daar echt met vier personen in zou verblijven (vier volwassenen, of twee volwassenen met twee kinderen) dan zou je waarschijnlijk toch wat ruimtegebrek hebben; inhoud van koffers en tassen zouden wel in de aanwezige kasten kunnen, maar de (lege) koffers en tassen zou je niet goed kwijt kunnen. Voor aanwezig schoonmaakmateriaal (stofzuiger, lange vegers, emmer, enz.) was geen aparte ruimte: geen gang, keuken, slaapkamers en woonkamer zijn dan te klein daarvoor. Het zal zich waarschijnlijk wel oplossen als je daar met z’n vieren zit, maar wij hebben het daar in elk geval met z’n tweeën heerlijk gehad. Snel voldoende warm (overdag geboft met goed weer, maar ’s avonds al snel koud), alles (douche, toilet, enz) deed het zoals het moest, een kapot lampje was dezelfde dag nog vervangen. Veel service van de receptie.  Restaurant: gezellig, leuk terras met weids uitzicht, heerlijk eten, prettige bediening, in deze periode altijd plaats.

Uitgebreid geschreven allemaal, om een beetje inzicht te geven aan de (wel of niet geïnteresseerde) lezer, maar vooral omdat we ons daar zo goed hebben gevoeld. Behalve ’s avonds met de benen languit op een soort krukje voor de tv en de sfeer-open haard zitten (vrijwel alle Nederlandse kanalen waren te vinden), en een spelletje aan tafel  hebben we veel in de omgeving gezien, en veel gelopen; de eerste wandeling eigenlijk per ongeluk (ja heus). Als we tevoren geweten hadden waar het precies om ging, deze wandeling, hadden we het niet gedaan, vooral vanwege mijn onderdanen, die al sinds langere tijd af en toe kuren vertonen, waardoor het niet altijd gemakkelijk lopen is (voor mij), en deze wandeling al helemaal niet !!! Maar we hebben het gedaan en waren er blij om dat we het niet wisten, ook ik. Furfooz!

We reden in en door Dinant en zagen een leuk weggetje een beetje omhoog met een bordje dat wees naar de naam “Furfooz”. Daar reden we in, denken aan een leuk superklein gehucht of zo. Maar aan het eind werd dat weggetje meer een breed bospad waar weer een parkeerplaatsje bleek te zijn. En een soort huisje, winkeltje, dat open was en waarvoor je ook weer een trap op moest. Dat deden we. Aardige ouwe man daarboven, vrijwilliger, slecht Nederlands sprekend, die verkocht kaartjes voor die wandeling, een gidsje met aanwijzingen en informatie, en hij wees ons de start van de wandeling: achter zijn huisje een paadje naar boven. Op onze vragen: nou, de wandeling viel wel mee, was ongeveer 2 of 2 ½ uur, en ongeveer halverwege (wees hij op een kaart) was iets van een klein café waar je wat kon drinken. Nou, dat klonk allemaal best te doen, en wij op pad.

Achteraf bleek het een heel natuurgebied te zijn wat “het park van Furfooz” heet. Het eerste waar we kwamen toen we dachten “boven” te zijn was een soort klein plateau met de restanten van een Romeinse nederzetting – voor soldaten die daar even tijdens hun oorlogsvoering konden bijkomen en bivakkeren. Het gidsje gaf informatie, en die is, vooral als je de dingen tegelijk ziet, toch wel erg interessant: in het gerestaureerde gebouwtje dat er stond konden (vroeger dus!) drie baden gevuld worden met warm, lauw en koud water. Want waar kwam b.v. dat water vandaan. Niet van de rivier de Lesse, dachten wij, die diep beneden ons in het dal stroomde. Het gidsje geeft er informatie over. De wandeling ging nog verder naar boven, pijlen volgen (keurig gedaan allemaal), met onderweg grotten waar dan een pijl heen wees, info (soms over mythische aardmannetjes) bij een grot en in het boekje, en dan weer verder de route volgen.

Onderhand kwamen we in het stadium dat we dat café wel wilden zien; we hoorden ook diep onder ons veel lawaai van schreeuwende jongeren, en op een gegeven moment bespeurden we beneden ons de rivier de Lesse met een paar kano’s  met jongelui erin. Inmiddels waren we ook bij een trap naar beneden aangekomen. Ook keurig, gelukkig, overal met een primitieve maar functionele leuning er langs. Het was nl verboden, staat in het boekje, om af te dalen in de afgrond! Wel er was geen haar op ons hoofd die daaraan dacht. De trap naar beneden was steil en lang, maar uiteindelijk waren we dan bijna op het niveau van de Lesse. Daar liep het pad nog verder door het bos, maar vlak langs en evenwijdig aan het water. Veel kano’s en veel jongelui! Een school-uitje of zoiets. En wat doemde iets verder op? Het café. Een houten gebouwtje, waar je eventueel binnen kon zitten als het zou regenen, een keukentje waar water was en een paar meter  verderop (dachten wij) ook een toilet. Drie houten tafeltjes met bankjes, een beetje slordig gemaakt van allemaal hout uit het bos, langs de Lesse, tussen twee hoge gebergten in, waar wij dus van een van die, af kwamen. Het was weldadig om even te zitten en er was wat te drinken en te eten. Bijzonder in zo’n heel aparte omgeving.  

Daarna moesten we toch om het café heen weer een eindje omhoog, maar uiteindelijk kwamen we uit op een breder bospad wat over toch nog een behoorlijke lengte, flauw naar beneden liep, en soms ook weer “gewoon”, en dit eindigde, surprise surprise, op de parkeerplaats bij het huisje/winkeltje, wat nog open was. Het bleek dat daar buitenom aan de zijkant een wc was met een heus watercloset. Gelukkig.

En ja, wij hadden er zeker drie uur over gedaan.

We zijn boven op het fort van Dinant geweest, we zijn in de grot van Dinant geweest, in de grote en hoge kerk onderaan het fort een paar waxientjes gebrand, we hebben (op zaterdag?) geprobeerd de auto ergens te parkeren in Dinant, omdat dit stadje zijn eigen “Mont Martre” bleek te houden: een kunstenaarsmarkt in allemaal kleine straatjes; maar er was werkelijk nergens meer een plek. Daarna maar een eindje doorgereden naar een kleine jachthaven buiten Dinant in en aan de Maas en daar wat gedronken.

De uitvinder/ontwikkelaar van de saxofoon, Alphonse Sax werd in Dinant geboren. Daar had ik al eens aandacht aan besteed in mijn muziekprogramma bij de Zorgradio Haaglanden, met daarbij saxofoonmuziek in enkele klassieke werken laten horen, maar ik wist niet, dat de burgers van Dinant blijkbaar er buitengewoon trots op zijn, dat een zo beroemde componist van een nog beroemder muziekinstrument, in hun stadje geboren was.

Het eerste wat ik zag toen wij vanaf ons park Dinant inreden over de brug over de Maas was aan twee kanten op de trottoirs van die brug grote, gekleurde saxofoons die daar op enige afstand van elkaar neergezet waren, hoger dan een mens, en ze zullen wel van roestvrij metaal o.i.d. gemaakt zijn. Ik denk iets van vijf of zes stuks aan iedere kant. 

Engelien Dinant
Naast mijnheer Sax

Later zagen wij bij een groot gebouw aan de voorkant een prachtige grote sax helemaal van glas staan (ook hoger dan manshoog), op een grote soort van sokkel, ook van glas; die was daar voor een speciale gelegenheid gemaakt en heeft als fontein gediend. Water loopt er nu niet meer, maar de glazen sax blijft daar wel staan. Nog weer wat later zagen we op een kruispunt in het kleine centrum opnieuw een grote saxofoon staan,  nu van koper (leek het), op een groot marmeren onderstuk, nu echt als “standbeeld” bedoeld. ( hoe noem je een standbeeld voor een muziekinstrument ??). 

En verder de straten met in tegels ingelegde voetstappen die je moest volgen om bij het geboortehuis ( nu een klein, maar bijzonder museum) van Alphonse Sax te komen, waar hij gebeeldhouwd op een bankje voor de deur zit, voor “La Maison de Monsieur SAX”; ik ben even naast hem gaan zitten, voor de foto!

We zijn in het kasteel Freyr en in zijn tuinen geweest, nog behorend tot de gemeente Dinant, maar het ligt een eindje daarbuiten aan de Maas. Mooi kasteel met mooie dingen; het wordt nog gedeeltelijk bewoond en de tuin en het kasteel zelf zijn alleen in het weekend voor publiek geopend, althans in dit seizoen.

We waren in Hastière, vrij dichtbij onze verblijfplaats Blaimont, we waren in Rochefort en we waren in Beauraing. Dit laatste dorp vonden wij gezellig om doorheen te rijden, zodat wij daar nog een keer heen zijn gegaan. Bovendien zagen we daar op verschillende hoeken van straten een aanduiding van een “bezienswaardigheid”, een Frans woord (zijn we vergeten) waarin we iets van religie of seminarie meenden te herkennen. Daar gingen we toen naar op zoek. Wij wisten het niet, maar Beauraing blijkt de “stad van Verschijningen”te zijn, “ville des apparitions”. (We zaten daar echt in het Franstalige deel van België). We troffen er een groot bedevaartsoord aan, waar op dat moment geen diensten aan de gang waren. Een grote buitenplaats vol met banken en een groot open podium ervoor. We schatten dat er een kleine duizend bedevaartgangers konden zitten. Een groot beeld van de Heilige Maagd Maria staat naast dat podium in een klein, afgezet tuin-gedeelte, vol met bloemen, veel witte lelies en waarschijnlijk met een meidoorn, dé meidoorn.

We konden er nu vrij doorheen lopen en alles bekijken, omdat er op enkele mensen als wij na, geen diensten o.i.d. aan de gang waren. Het was wel bijzonder. Ik citeer uit een folder:

“De verschijningen van Onze Lieve Vrouw te Beauraing”. Beauraing is een stadje in de provincie Namen in België, aan de grens met Frankrijk. De H.Maagd verscheen er 33 maal aan een meidoorn , van 29 november 1932 tot 3 januari 1933 aan vijf kinderen van twee verschillende families uit het dorp: Fernande, Gilberte en Albert Voisin, Andrée en Gilberte Degeimbre.

De feiten zijn historisch vastgesteld. …”.

Ik las ook ergens dat deze kinderen van school onderweg naar huis liepen, en dat het – als ik me goed herinner, enigszins in de schemering was.

Er zijn elk jaar een paar grote bedevaartsdagen en daarvan is op 29/11 de verjaardag van de eerste verschijning.

En dit allemaal in slechts één vakantieweek. En dan dit nog: fietsen? We vroegen ons tevoren af, of we de fietsen mee zouden nemen. Maar we kenden het gebied niet, de mate van eventuele “heuvelachtigheid”, en er was slechter weer voorspeld dan we hebben gehad. Bovendien hadden we gelezen, dat we eventueel fietsen konden huren en dat die desgewenst op het park bezorgd konden worden. Maar dit Landalpark leende zich er niet voor om bv even naar de receptie te fietsen (veel te steil), of even naar het dorp naar de bakker, ook te steil dus, en wij hebben daar geen bakker gezien. Misschien zijn wij onderweg wel eens een fietser gepasseerd, maar zo weinig, dat ik me dat nu, ruim een maand later, niet meer kan herinneren. Er is wel een fietsgebied met uitgezette routes, de z.g. “Ravelroutes”; die liggen in een toch enigszins heuvelachtig landschap, maar dat schijnt toch aanmerkelijk vlakker te zijn dan in het berggebied waar wij zaten. Het ligt bij Dinant vandaan meer richting Rochefort, Franse grens. De ANWB zowel bij ons als hier in het Franse deel, weet er meer van. Deze info nog even voor degenen, die hierheen willen, maar willen gaan fietsen. Nee, wij hebben hier dus niet gefietst. Maar een vakantieweek gehad waar we nog steeds aan terug denken.

Engelien

25 oktober 2016

De foto’s van deze week vind je hier